Gebruikerslogin

         

 

Agenda

De Gorlaeus Laboratoria, kamer S0.08a. Dit is sinds jaren de vaste stek van het bestuur van het CDL. Althans, sinds jaren? Pur Sang is pas het vierde bestuur dat volledig in dit ‘hok’ zetelt. Allerlei ruimtes zijn hiervoor voor langere of kortere tijd toegewezen aan het CDL. Dit geldt overigens natuurlijk ook voor de studie Scheikunde. Een korte geschiedenis van de gebouwen en ruimtes waar Scheikundigen en CDL-ers zich de afgelopen eeuwen in Leiden hebben vertoefd.

In 1873 werd Antoine Paul Nicholas Franchimont (1844-1919, rechts op de foto) de eerste buitengewoon hoog­leraar in de organische chemie ooit. Mede op zijn aandringen kwam er in 1901 het ‘paleisachtige’ laboratorium aan de Hugo de Grootstraat.

Franchimont vond het zeer geschikt voor ‘de zeldzame vereeniging van uitgebreide kennis, combinatie­vermo­gen, logischen zin, scherpzinnig­heid, handig­heid en wat goed geluk’: de weten­schap.

De Universiteit Leiden betrok kort na haar oprichting een oude kerk aan het Rapenburg als eerste permanente huisvesting. Dit gebouw wordt nog steeds door de universiteit gebruikt en kennen we tegenwoordig als het Academiegebouw. Weldra groeide de universiteit hier uit en begon zij haar expansie. Tot halverwege de negentiende eeuw waren alle onderwijs en onderzoeksgebouwen geconcentreerd aan of rond het Rapenburg. Het farmaceutisch onderzoek werd gedaan aan de Papengracht, nummer 4. Het chemisch onderzoek concentreerde zich sinds 1856 in het huidige Kamerlingh Onnes Gebouw, destijds “Fysisch, Chemisch, Anatomisch En Fysiologisch Laboratorium” geheten. Dit gebouw was tot stand gekomen op initiatief van de eigenzinnige hoogleraar chemie, Van der Boon Mesch. Aangemoedigd door ontevreden studenten die klaagden over de armzalige werkomstandigheden in de provisorische chemische en fysische kabinetten in oude gebouwen in de binnenstad, kreeg hij de minister zo ver een nieuw laboratorium op de Kleine Ruïne (ontstaan tijdens de Kruitramp van 1807) te financieren. Opmerkelijk aan dit gebouw is dat het een van de eerste laboratoriumgebouwen in Nederland is dat is ontwerpen met de eis dat er natuurwetenschappelijke proeven in zouden worden in verricht en derhalve een specifieke opzet en inrichting behoefte. 

Tegen het einde van de eeuw waren de inzichten alweer dermate veranderd dat men de chemische tak eigenlijk liever net buiten de drukbevolkte binnenstad wilde hebben. Daarom werd er in 1896 begonnen met de bouw van een nieuw Laboratorium voor Organische Chemie aan de Hugo de Grootstraat (zie ook de inzet). Dit gebouw, volledig in neo-gotische stijl gebouwd, werd in 1910 nog eens verdubbeld tot een complex met ruim 6000 m2. In de jaren ’50 en ’60 groeide de universiteit en de studie scheikunde zo sterk dat er een nieuwe accommodatie gezocht moest worden. In 1963 werd begonnen met de bouw van een gigantisch complex nog wat verder buiten de binnenstad, in de nog sterk in ontwikkeling zijnde Leeuwen­hoek, goed bereikbaar langs de Rijksweg A44. In 1968 werd het pand aan de Hugo de Grootstraat voorgoed verlaten. Sinds enkele jaren is het zelfs geen eigendom meer van de universiteit en is het verbouwd tot luxe appartementen.

De Gorlaeus Laboratoria vormden de basis van wat later het Bio Science Park zou worden genoemd. Oorspronkelijk was de bedoeling dat er zes torens vol laboratoria zouden komen, bereikbaar via de gang rondom een cirkelvormig collegezalengebouw. De huidige situatie toont wat daarvan gerealiseerd is. Slechts één van de torens is gebouwd t.b.v. de chemie, een ander is gewijd aan de Natuurkunde. Waarschijnlijk is het in dit complex geweest dat het CDL voor het eerst een eigen ruimte kreeg, al zijn de archieven hier niet duidelijk over.

Wanneer het CDL voor het eerst haar eigen bestuurs­kamer kreeg is niet helemaal duidelijk. In de jaren ’70 en ’80 zaten we op de tiende etage. Hier werden ook de algemene ledenvergaderingen gehouden, volledig chique in coltrui. Op een gegeven moment verhuisde het CDL naar een nieuwe ruimte, dichter bij de grond en dichter bij de studenten. Wanneer dit precies was is niet zeker, zeker is wel dat in 1996, ten tijde van het 14e lustrum (Rob van Waarde, elders in deze Chimica aan het woord, was toen praeses), het CDL huisde in LCP19. Tegenwoordig kennen wij deze ruimte als het archief, diep weggestopt in de kelders van het Gorlaeus. Hier is de traditie ontstaan om handafdrukken achter te laten op de muren. Deze traditie, inmiddels in ruste, is terug te zien op de twee archiefkasten in de huidige bestuurskamer. In de kelder zijn tot de jaren ’90 hand­afdrukken terug te vinden.

…In de eerste jaren vond ik het plezierig dat de colleges op verschillende plaatsen in de stad waren: scheikunde in de Hugo de Grootstraat, natuurkunde in het Kamerlingh Onnes Laboratorium, wiskunde in het Academiegebouw en mineralogie in het Geologisch en Mineralogisch Instituut aan de Garenmarkt…

…Niet alle chemisch afval dat wij tijdens de chemische practica produceerden mocht door de gootsteen. Voor de agressieve chemicaliën was een eenvoudige oplossing: “het putje”.

Het putje bevond zich op de binnenplaats van de gebouwen aan de Hugo de Grootstraat, een gat in de grond met een deksel erop. Sterke zuren, basen, giftige stoffen, alles in het putje. Soms vloog enige tijd na de lozing de deksel meters hoog de lucht in. Of het putje aangesloten was op het stadsriool of rechtstreeks in verbinding stond met het water in de Jan van Goyenkade, weet ik niet. Natriumresten gingen meestal niet in het putje, maar direct in de Jan van Gouyenkade. We leefden gevaarlijk in die tijd en de buurt wist ervan mee te praten…

Jan Cornelisse, student ’54-‘61

Omdat de kelder niet geheel voldeed aan de strenge brandveiligheidsvoorschriften die gelden in een laboratoriumgebouw wilde de faculteit graag zowel LIFE (destijds ook al onze buren) als het CDL uit de kelder weg hebben. Ook de borrelruimte, uitgebreid beschreven in de vorige Chimica, moest professioneler en veiliger. Het plan hiervoor was om de kleine collegeruimten onder de kantine op te geven en hier ruimte te creëren voor de verenigingen. Major Line was in 2005 het eerste bestuur dat zich weer bovengronds begaf in een ruimte tegenwoordig onderdeel van de Science Club. Toen de plannen voor de borrelruimte weer veranderd waren moest, tijdens het bestuur Sas Chaos, het CDL opnieuw verhuizen. Dit keer betrokken ze de ruimte die wij kennen als hét CDL-hok.

Chemiecomplex

In Leiden rijst, somber en grijs
’t Oud chemisch zinbeeld van ’t verleden.
’t Mag niet meer zijn
’t Lab wordt te klein
Praecandidaat wordt er gemeden.
’t Is mooi geweest; in Endegeest
Is het Chemiecomplex verrezen.
Kom nu en fiets,
Want in de velden
Werken wij nu,

Wij chemiehelden.
Neem toch uw brood mee en uw thee
Schafttijd van een tot kwart voor twee.

Uit: Chemisch Phaest liederen, 1964

Toch was ook dit niet de laatste keer dat het CDL zou verhuizen. In 2008, onder Hatchikidee, werd de vleugel, nog steeds ter voorbereiding van de borrelruimte, volledig asbestvrij gemaakt. Hiertoe moest het CDL ‘tijdelijk’ terug naar haar oude bestuurskamer in de kelder. Uiteindelijk zou het bestuur hier ruim een jaar blijven zitten, Kharma verhuisde pas weer terug.

Wat er gaat gebeuren als over enkele jaren de nieuwbouw klaar is, is nog niet bekend. De kans bestaat dat onze huidige locatie kan worden behouden maar er wordt ook gefluisterd over een ‘verenigingenplein’ waar de vijf bètaverenigingen te vinden zijn. De tijd zal het leren.

Namens de Historicie:

Leon Jacobse en Anthe Janssen