Gebruikerslogin

         

 

Agenda

Chemici zijn van nature nieuwsgierig. Natuurlijk willen we precies weten hoe de wereld in elkaar steekt vanuit een chemisch oogpunt maar daarnaast zijn we ook breed geïnteresseerd in de menselijke wereld om ons heen. Dit is ook terug te zien in de historie van het CDL en dan met name in de vele reizen en excursies die zij al van het prille begin ondernam. Met twee reisverslagen op een andere plek in de Chimica, vonden wij het een mooie gelegenheid voor nog een reis; een reis door de geschiedenis van het CDL. 

Zoals in ons vorige stuk te lezen was, vond slechts drie jaar na de officiële oprichting van het CDL, op 4 juni 1929, al de eerste excursie plaats. ’s Morgens waren we te gast bij de chemografen van Van Leer, een clichéfabriek in Amsterdam. Hier maakten ze door middel van etsing illustraties voor drukkerijen, een veelgebruikte techniek voordat foto’s meer gemeengoed werden (en ja, dit is de etymologische oorsprong van de uitdrukking “wat een cliché”). Na een lunch in de lunchroom van de Noord en Zuid Hollandsche Vervoer Maatschappij toog het gezelschap naar de locatie van Ketjen en Co., de zwavelzuurfabriek in Amsterdam Noord. Toen om vier uur het officiële programma ten einde was bleef een deel van de afvaardiging nog in de stad hangen en “keerden eerst ’s avonds naar Leiden terug, zeer voldaan over deze eerste excursie van het dispuut”
Dit was het begin van een lange traditie van excursies en reizen die de chemici-in-opleiding over de hele wereld zou brengen. 
In den beginne waren excursies een jaarlijks verschijnsel. In 1930 werd een bezoek gebracht aan de glasfabriek in Leerdam (met de voor zich sprekende naam Glasfabriek Leerdam), in 1931 toog een gezelschap van 26 chemici “per autobus” naar de suikerfabriek in Halfweg. Voorgevel Jamin Rotterdam
Op 5 juli 1932 werd een nieuw verschijnsel geïntroduceerd: men ging op bezoek bij een onderzoeksinstelling, het lab van dr. Bijvoet (de latere Prof.dr. J. Bijvoet, beroemd om zijn baanbrekende werk in de röntgenkristallografie). Ook nieuw was het programma voor die middag, een cultureel bezoek, en wel aan de Rembrandttentoonstelling aan de Universiteit van Amsterdam. Een waarlijk memorabele excursie vond plaats in 1934 toen we te gast waren bij de suikerwaren fabriek Jamin, gevestigd in Rotterdam. Volgens het jaarverslag was het een zeer interessant bezoek: “Men vertelt dat meerdere excursisten nog weken laboreerden aan een schromelijk overladen maag waaruit eerst recht blijkt hoe levendig de belangstelling wel was.” 
Dat een excursie organiseren ook toen al niet altijd even gemakkelijk was blijkt wel uit het jaarverslag van 1935. Ondanks pogingen bij meerdere fabrieken toegelaten te worden heeft er dat jaar geen excursie plaatsgevonden. 
De ‘standaardexcursie’ werd ook al vroeg uitgevonden. Op 27 juni 1935 waren we voor het eerst te gast bij de firma Tieleman & Dros, in ons eigen Leiden. Deze conservenfabriek heeft ons, tot haar faillissement in 1955, luttele malen ontvangen. Een aantal van de fabriekspanden zijn overigens nog te bewonderen aan de Middelstegracht. 
Op 5, 6 en 7 mei 1936 werd de eerste “meerdaagsche” excursie gehouden. Deze excursie, die haast de eerste Belgiëreis genoemd kan worden, deed Eindhoven en Limburg aan (Lutterade om precies te zijn). Een bezoek aan de fabrieken van Philips kon hierbij natuurlijk niet ontbreken, naast een bezoek aan de bakelietfabriek en de edelgassenfabrikant. In Lutterade werd op de derde dag het stikstofbindingsbedrijf (kunstmest, explosieven) van de Staatsmijnen bezocht. 
Ook in de jaren erna werd er een meerdaagse excursie georganiseerd, zoals in 1937 toen er een tweedaagse excursie naar Geldermalsen, Oss en Nijmegen was. In Geldermalsen werd de Chamottefabriek bezocht, een producent van vuurvast materiaal (keramiek). Nijmegen was de pleisterplaats voor de nacht, waarbij de Waal bij nacht als zeer schoon ervaren werd. De tweede dag werd ’s ochtends het omvangrijke laboratoriumcomplex van Organon te Oss bezocht. ’s Middags werd de Verbandwatten en Pleisterfabriek te Nijmegen bezocht. Ook hier genoten de deelnemers van een goed georganiseerde rondleiding. Zoals de ab actis afsluit: “de thuisblijvers hadden wéér ongelijk.”
Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag het verenigingsleven volledig stil. Toen na de oorlog de vereniging weer opgestart was werd ook de eerste echte buitenlandse excursie gehouden. Eind maart ’49 vertrokken de kandidaten voor vier dagen naar Gent en Brugge, alwaar de universiteit en enkele bedrijven werden bezocht. Het jaar erop werd de grens nog eens verlegd, Kopenhagen werd als eerste niet Nederlandstalige stad bezocht gedurende een zevendaagse reis in september 1950. “Bezocht werden onder anderen het Chemisch Lab. van de Technische Hogeschool, een grote brouwerij en een fabriek van Organisch Chemische en therapeutische producten”.
Na deze buitenlandse excursie was de toon gezet en werd er hard aan gewerkt om tweejaarlijks een reis te organiseren, een trend die lang heeft volgehouden. Voor zover wij hebben kunnen nagaan is Europa nog vrij lang het enige continent gebleven wat door CDL delegaties onveilig werd gemaakt. Pas in 2001 is het CDL overgestoken naar New York, waarna ook China in 2011 geen brug te ver meer was. In 2014 was het de beurt aan het Zuid-Amerikaanse continent met een bezoek aan Brazilië.