Gebruikerslogin

         

 

Agenda

Dit is het eerste stuk van de Historicie dat geplaatst is in de Chimica Acta Lugduni. Het is dan ook een logische keuze dat de pas in het leven geroepen ‘Historicie’ bij het begin begint en daarom zullen we deze keer een beeld schetsen van wat er leefde in het prille begin van het Chemisch Dispuut Leiden.

Het begin

20 mei 1926 is een datum die bij ons allemaal in het geheugen gegrift staat. Die dag was de eerste vergadering van het (later zo genoemde) ‘Physisch Chemisch Dispuut’. Als wij de notulen van die eerste vergadering mogen geloven kende de vereniging op dat moment 23 leden, waarvan er 17 op de vergadering aanwezig waren. Bij deze vergadering werden eerst huishoudelijke zaken besproken. Zo werden de kosten voor bijeenkomsten gesteld op f. 4.50 tot f. 5.00, met 23 leden kost dat dus f. 0.20 tot f. 0.25 per keer. De contributie wordt dan ook vastgesteld op f. 1.00 gulden per 4 keer. In praktijk bleek echter dat deze contributie niet altijd goed bijgehouden werd, en er wordt tijdens de eerste jaren ook enkele malen met een ‘kerkezakje’ rondgegaan om de bijeenkomsten te bekostigen. Een vereniging heeft natuurlijk een bestuur nodig, dus ook dat wordt deze vergadering besproken. Voor het idee om de voorzitter (van praeses was toen nog geen sprake) op alfabetische volgorde te laten doordraaien “lijkt niet veel sympathie te bestaan”. Hierbij moet gezegd worden dat het ontcijferen van de notulen niet altijd even makkelijk is. “niet veel” zou ook gelezen kunnen worden als “wel nul” of “wel veel”, wat nogal invloed heeft op de betekenis. Hoewel de eerste voorzitter dhr. Baars is, wordt er niet gewisseld, dus hebben wij gekozen voor “niet veel”. De uiteindelijke takenverdeling is voor ons ook niet direct de meest logische: Zo wordt dhr. J.C. Baars de voorzitter, mej. Lanzing wordt vice-voorzitter èn vice-secretaresse en dhr. Groeneveld wordt belast met zowel de secretaris als penningmeestertaken. “Gezien de dwergachtige afmetingen van het thesauriersambt” wordt het niet nodig gevonden de secretaris- en penningmeestertaken te scheiden. De eerste ruimte die het dispuut ter beschikking kreeg is te danken aan mej. de Beer. Door haar culinaire bijdrage aan Prof. Schneide wordt de kleine collegeruimte beschikbaar gesteld, “onder uitdrukkelijke voorwaarde dat een eventueel stilleven (als: gebakjes, aan de ramen klevende en gordijnen in thee gedrenkt) indien mogelijk vermeden worden”. Je moet het toch van de kleine dingen hebben als je een kleine vereniging bent die nog in de kinderschoenen staat. Ons dispuut heeft op dat moment nog geen naam. Iedereen werd opgeroepen mee te helpen met het bedenken van een mooie naam. Dat zien we nu eigenlijk nog steeds (een teken dat de historie zich herhaalt). Zodra er ergens een naam voor moet worden bedacht, schrijven we er een prijsvraag voor uit. De uiteindelijke keuze van het woord ‘dispuut’ als benaming voor een vereniging lijkt tegenwoordig wat vreemd. In het licht van wat de vereniging destijds deed is het eigenlijk zeer treffend. Een ‘dispuut’ betekend nog steeds een formele onenigheid. In wat ouder Nederlands betekende ‘dispuut’ ook zoveel als voordragt, zamenspraak. Dit, zoals we zullen zien, is zeer typerend voor de dan heersende visie op het net opgerichte dispuut.

Van vergadering tot vereniging

In het begin van het Physisich Chemisch Dispuut was er eigenlijk maar één soort activiteit: de vergadering. Zo een vergadering is op te delen in twee delen. Eerst was er een korte vergadering zoals we die nu ook kennen, hier werden dingen besproken en besloten. Daarna was een van de leden aan de beurt, deze had een verhaal voorbereid en hield een lezing aan de andere dispuutsleden. Deze lezingen werden in het begin ook volledig genotuleerd, terwijl later alleen nog maar het onderwerp terug te vinden is. Een kleine greep uit onderwerpen die werden besproken: “Electrochemie aan vaste stoffen” door J. Lens, “Over twee methoden ter bepaling van moleculaire forms” door L.W.J. Holleman, “Theorieën in verband met het periodiek systeem” door R.S. Tjaden Modderman en tijdens de eerste vergadering “Iets over fluorescentie” door H.P. Theunissen. Uit het eerste jaarverslag blijkt dat er toen ook al studenten waren die misschien minder goed opletten dan je zou verwachten van enthousiaste leden van het nieuwe dispuut, of er waren toen ook sprekers die met te moeilijke verhalen kwamen of ronduit saai praatten. “Iets met fluorescentie” geeft niet echt de indruk van een interessante lezing. In 1929 vinden we de eerste vermelding van een commissie. Omdat het niet heel gemakkelijk blijkt om lezingen en voordrachten te geven voor een groep mensen wordt er een commissie ingesteld die als doel heeft “den sprekers raad te geven bij de keuze en indeling hunner voordrachten.” 1929 is ook het jaar dat de eerste excursie is ondernomen. ’s Ochtends werd een bezoek gebracht aan de “Clichéfabriek”, een lithografiebedrijf dat in de jaren ‘70 is afgebrand. En in de middag werd het pas echt gevaarlijk met een bezoek aan de zwavelzuurfabriek van Ketjen en Co. Voor de oplettende lezer: dit is inderdaad de firma die opgegaan is in Albemarle catalysts waar we vorig jaar op excursie waren. Nu maken we een kleine sprong naar het jaar 1930-1931. In dit jaar is het voor het eerst dat professoren voordrachten gaan geven op vergaderingen. Prof. F.A.H. Schreinenmakers is de eerste die dit doet, hij geeft drie lezingen over osmose. Maar ook nu nog blijven de leden zelf voordrachten geven. Hier komen we ook samenwerkingen tegen met de Chemische Kring (ondervereniging KNCV) en andere studieverenigingen. Blijkbaar was er zelfs in de jaren ‘30 al veel samenwerking tussen de (chemische) studenten. Op de jaarvergadering van 2 maart 1931 wordt het bestuur herkenbaarder met de moderne formule: de secretaris is omgedoopt tot ab-actis. Voorzitter en penningmeester blijven voorlopig nog wel hun Nederlandse naam dragen.

Physici? Chemici!

Tot slot willen we nog een belangrijk feit met jullie delen. Het zal jullie opgevallen zijn dat de naam van het dispuut in eerste instantie op ‘Physisch Chemisch Dispuut’ was gesteld. In het jaarverslag van 1931-1932 staat te lezen: “In het afgelopen jaar hebben er in het dispuut verschillende veranderingen plaats gehad. Het begon het jaar onder een naam van ‘Physisch Chemisch Dispuut’, maar verloor in de loop der tijd het eerste predicaat.” Het wel of niet veranderen van de naam was, zoals ze in poker zeggen, een echte coinflip. Er waren in totaal 18 mensen op de desbetreffende vergadering aanwezig. Daar stemden 9 mensen voor de wijziging, 8 mensen tegen en 1 stem was blanco. De wijziging was voor de toenmalige voorzitter reden om af te treden. Dit laat wel zien dat het een spannende tijd was in het vijfde jaar van onze vereniging. Het waren drukke, bijzondere kinderjaren die onze vereniging gekend heeft.